OP BEZOEK BIJ BONMA

Wij gingen in de weekenden meestal naar Bonma, die in Brunssum aan de Prins Hendriklaan 191 woonde. Op de terugreis vanuit Brunssum met de bus in Heerlen aangekomen was er meer dan eens geen goede aansluiting op de trein naar Kerkrade. En zo wachtten wij geduldig in en rond het stationsgebouw op de boemel naar huis. Dat vond deze jongen absoluut geen enkel probleem. Integendeel! Hoewel mam dit vaker probeerde tegen te houden had ik zo namelijk tijd genoeg om wat rond te snuffelen in de stationskiosk, dat toen nog een klein boekenwinkeltje was. Meer dan eens moest mam zich dan mijn gezeur aanhoren als ik weer een of ander verrekte interessant boek gezien had. Zoals gezegd heeft het vrij lang geduurd voordat mam mij het derde en laatste boek uit de serie kocht. Veel later pas begreep ik dat het geen onwil was dat zij mij zo lang heeft laten wachten, maar dat hieraan financiële oorzaken aan ten grondslag moeten hebben gelegen. In haar hartje zou zij namelijk het liefste al onze wensen hebben vervuld. De financiële nood was regelmatig zo schrijnend dat mam van haar moeder wat geld toegestopt kreeg om in ieder geval de reis te kunnen betalen. Als we geluk hadden konden we ook wel eens met ome Ton mee rijden. Deze had als een van de weinigen binnen de familie een eigen auto.

Ik heb het erg jammer gevonden toen het oude karakteristieke stationsgebouw in 1985 afgebroken werd.

Een bezoek aan bonma was, vooral toen we nog klein waren, een hele belevenis. We vertrokken met de trein vanuit Kerkrade naar Heerlen. Daar begon de stress meestal al. Eer dat we thuis weg waren had mam vaak al de pest in dankzij ons getreuzel en gezeur. Yvonne, die door Bonma "sjpoeëk" werd genoemd, had er een handje aan om doodleuk op de rand van de stoep te gaan zitten en niet meer op te staan als ze het gevoel had moe te zijn. Moest mam maar kijken hoe ze haar meegesleurd kreeg naar het station. Waren we aangekomen bij het bergje tussen de Deken. Quodbachlaan en het Stationplein, dan werd meestal de kans aangegrepen om nog wat te spelen, ondanks protesten van mam. Vaak kwamen we nog maar op het nippertje op het station aan. Terwijl ik dan vooruit gestuurd werd om de trein tegen te houden kocht mam nog snel de kaartjes. Hierbij werd vaak gesjoemeld. Kinderen tot een bepaalde leeftijd konden namelijk tegen gereduceerd tarief reizen. Ik had wat dat betreft mijn lengte mee en kon nog lang op een kinderkaartje mee. Hoewel ik me hierbij niet echt lekker voelde (mam predikte namelijk altijd eerlijkheid en ik kon dit hiermee niet zo goed rijmen) heb ik altijd respect gehad voor haar durf. Vooral als de man achter het loket erg argwanend begon te kijken en ik waarschijnlijk rood begon te kleuren kon de discussie tussen deze meneer en mam wel eens hoog oplopen. Toen ze steeds vaker niet meer werd geloofd heeft ze deze truuk uiteindelijk opgegeven.

Met de trein reizen heb ik altijd hartstikke leuk gevonden. Vooral met de oude boemeltjes, de Blauwe Engel en de Rooie Bengel, zoals de DE1 en DE2 van de Nederlandse Spoorwegen in de volksmond genoemd werden. De karakteristieke geluiden en het geschommel van die treintjes vond ik prachtig. Onderweg keek ik mijn ogen uit naar alles wat er buiten te zien was. Mijn interesse voor de mijnen bestond toen al, mede ingegeven door de serie Steenkool die bij mam bovenin de kast lag. Het waren ingebonden bedrijfstijdschriften van de Staatsmijnen die pap had meegebracht. Die boeken haalde ik er regelmatig uit om heerlijk in te bladeren en te lezen. Niet alleen was dat na 1968 op de een of andere manier nog een lijntje met pap, maar het mijnwerkersleven vond ik heel romantisch en mijnwerkers waren voor mij als kind moderne helden. Vele malen interessanter dan ridders of cowboys.

Tijdens de treinrit van Kerkrade Centrum naar Heerlen waren verschillende mijnen te bewonderen. Heel indrukwekkend vond ik de machtige koeltorens die gigantische massa's waterdamp de atmosfeer in bliezen. In die tijd dacht ik nog dat dat schoorstenen waren en vond ik ze maar heel erg vervuilend. Tegen het eind van de jaren zestig heeft onze regering in al haar wijsheid besloten de mijnen te laten afbouwen en uiteindelijk te sluiten. De Willemien, waar pap werkte, werd al een jaar na zijn overlijden gesloten. Mam is er altijd van overtuigd geweest dat de stress die de aankomende sluiting met zich mee bracht pap uiteindelijk fataal is geworden. Hoe het ook zei, de samenloop van omstandigheden die zich in de laatste jaren van dat decennium voltrokken waren de kiem voor mijn latere afkeer van alles wat met de Partij van de Arbeid te maken had. Het was immers PvdA-topman en Minister van Economische Zaken Joop den Uijl die op 17 december 1965 in de Stadsschouwburg van Heerlen aankondigde dat ons land van de kolen af moest. Hadden onze mannen zich in de oorlog nog het licht uit de ogen gewerkt om die kuthollanders van boven de rivieren lekker warm te houden, nu, zowat twintig jaar later, werden ze door die zelfde kuthollanders uitgekotst!

Het meest interessant aan de woning van Bonma vond ik de "koeëlhof", de uitgestrekte achtertuin waar ome Abbie zich bezig hield met het telen van verschillende groentes. Om deze te betreden moest je vanuit de binnentuin een trap omhoog. Boven aangekomen bevond zich meteen rechts de grote composthoop. In het midden stond een grote kersenboom waar we vaak in gehangen hebben, vooral tijdens de oogst. Een keer heb ik mezelf tijdens het spelen een hooivork door een van mijn tenen gejaagd. Zoals altijd deed ik weer lekker gek en in een onbezonnen moment stootte ik die hooivork dwars door mijn schoen. Aangezien het aanvankelijk niet echt pijn deed ging ik ervan uit dat ik weer eens geluk gehad had. Niet lang daarna begon mijn voet toch echt wel een beetje pijn te doen. Toen ik bijna niet meer kon lopen heb ik mijn schoen toch maar even uitgetrokken en kwam het bloed me zowat tegemoet. Had ik mam gelijk weer in de stress geholpen. Achteraf bleek de verwonding toch wel mee te vallen. Althans, zo vond ik dat. Want anders moest ik naar de dokter en dat was wel het allerlaatste wat ik wilde!

Het verschrikkelijkste van onze bezoekjes aan Bonma vond ik als we naar "'t huuske", de WC, moesten. Deze bevond zich buiten in de tuin als onderdeel van een stalletje. Vooral in de winterdag, als het al vroeg donker was, was een WC-bezoek een enge bedoening omdat er nergens een lamp hing. Bovendien zaten er veel enge beesten. De specifieke geur van 't huuske kan ik me nog steeds goed voor de geest halen. Oma leek toch al patent te hebben op vreemde geuren. Boven op de slaapkamers rook het heel erg naar mottenballen en de keuken werd omgeven door de heerlijke geur van "sjwatse zeef" die eigenlijk groen van kleur was en die al sinds mensenheugenis in ieder huishouden als allesreinigend ontsmettingsmiddel werd ingezet.

Aan de rechterkant naast het huis stond de garage. Deze was voor ons interessant, omdat hier in het voorjaar en de zomer altijd zwaluwen te vinden waren. Dit het ik altijd al prachtige vogels gevonden. Urenlang konden we dan kijken hoe de kleintjes in hun nest bezig waren en hoe hun ouders over en weer voedsel aandroegen.

Een van de vreselijkste dingen die ik bij Bonma thuis heb meegemaakt gebeurde tijdens een van mijn vakanties daar. Ome Abbie was bezig met het slachten van kippen en omdat ik toch niks te doen had moest ik hem hier maar even bij helpen. Dat was bovendien goed om eens mee te maken als ik ooit een echte man wilde worden, zo vond hij. Ik moest het arme beest stevig vasthouden, zodat het niet weg kon. Ome Abbie sloeg vervolgens met een bijl de kop eraf. Ik schrok zo ontzettend van dat alles, vooral van het uit de nek alle kanten uit spuitende bloed, dat ik het beest acuut losliet. Zonder kop rende het, bloed spuitend, nog enige tijd rondjes door de tuin. Walgelijk!

Het was altijd feest als nónk Albèr op bezoek kwam, een broer van Bonma als ik mij niet vergis. Die man woonde enkele deuren verderop en had daar een eigen slagerij. Hij kon prachtige verhalen vertellen, meestal met een enge ondertoon. De grootste lol had hij als hij ons kindertjes weer eens bang had weten te maken met zijn spookverhalen. Zo vertelde hij bijvoorbeeld dat hij midden in het veld eens achterna gezeten was door een vuurbol of ergens een ontmoeting had gehad met de een of andere overledene. Ook wist hij te vertellen dat de "boeman" echt bestond. Hij had hem al vaker gezien. Meestal hield hij zich verborgen achter het ontluchtingsrooster in de keuken om van daar uit de kinderen in de gaten te kunnen houden...