PAPA

Toen pap geboren werd woonde het gezin Krewinkel aan de markt in Kerkrade, in een huis dat grensde aan de St. Lambertuskerk. Het gezin had negen kinderen, waaronder de twee-eiïge tweeling Coen en Martin. Op enig moment is het gezin verhuisd naar de Mücherveldstraat. Voor mij is het nog steeds onvoorstelbaar hoe een zó groot gezin in zo'n woning heeft kunnen wonen. Er waren twee slaapkamers en ook een gedeelte van de woonkamer was omgebouwd tot slaapvertrek. Zoals ik het me herinner, dat is dus in ieder geval de tijd nadat oma Krewinkel overleden was, was de eerste kamer links van de voordeur de slaapkamer van Wiel, de tweede was die van Trees en Andries en de linker helft van de woonkamer, aan de achterkant van het huis, was de zit-/slaapkamer van nónk Tien. Rechts van de voordeur was de bad-/waskamer waardoorheen je kon doorlopen naar de keuken en van daaruit weer naar de woonkamer. Deze laatste was echter ook te bereiken door vanaf de voordeur rechtdoor te lopen. Dat was op zich ook wel weer handig.

In de oorlog is het gezin geëvacueerd naar Simpelveld, dat toen al bevrijd gebied was. Op 19 september 1944 werd Kerkrade-West geëvacueerd. De gezinnen werden ondergebracht bij families in Ubachsberg en Simpelveld. Terwijl de laatste groepen inwoners over de Drievogelstraat naar het westen trokken vielen veel slachtoffers te betreuren door bominslagen. Op 25 september wordt Kerkrade-Centrum geëvacueerd. Tussen 08:00 en 12:00 was er een wapenstilstand. Over de Stationsstraat en de Vauputsweg trok men in de richting van de Locht en verder richting Simpelveld. De Stationsstraat zorgde voor vertraging, omdat deze bezaaid lag met mijnen en de evacuees om granaattrechters heen moesten lopen. Het Duitse leger was wel zo aardig geweest om een looproute aan te duiden met behulp van rode linten. Ter hoogte van de mijn Willem-Sophia op Spekholzerheide stonden de politie en de Ordedienst klaar om NSB-ers en collaborateurs uit de stoet te plukken. Te voet trok men naar bevrijd gebied, oma Krewinkel in een karretje achter zich aan slepend. Oma kon namelijk niet goed lopen en kwam later in een rolstoel terecht. Deze had aan het stuur een paar trappers, zoals bij een fiets, waardoor ze zichzelf kon voortbewegen.

Vanaf 23 oktober konden de evacuees weer terugkeren.

Pap en mam hebben elkaar leren kennen in mam's ouderlijk huis in Brunssum. Tante Ellie had al verkering met ome Wiel en die bracht pap op enig moment mee toen hij bij zijn liefje op bezoek kwam. Ik weet het niet meer helemaal zeker, maar ik meen me te herinneren dat mam ervan overtuigd was dat er toch wel enige opzet in het spel moest zijn geweest. In ieder geval mag gezegd worden dat het doel bereikt is en pap en mam traden op 27 juli 1957 in het huwelijk. Het koor waarin pap zong heeft de huwelijksmis opgeluisterd. In het boekje "Kerkelijk Zangkoor St. Caecilia 75" wordt abusievelijk 31 januari 1954 genoemd. Het zouden, zoals mam het zelf omschreef, de beste 10 jaar van haar hele leven worden.

Opa Krewinkel, 't Hermensje, was al overleden toen ik geboren werd, namelijk eind april 1955. Toen uiteindelijk oma Krewinkel medio april 1965 kwam te overlijden is tante Trees met haar man Andries en zoon Wiel, samen met verstokte vrijgezel nónk Tien in het ouderlijk huis blijven wonen. Tante Trees is hier blijven wonen tot haar overlijden, terwijl nónk Andrees vanwege dementie eerder was opgenomen in de Laethof, die toen gehuisvest was in het gebouw van de voormalige Vroedvrouwenschool aan de Wijngracht. Van opa Krewinkel herinner ik me vooral dat hij omschreven werd als een man met een erg kort lontje. Hij was, zoals men bij ons zegt "enne ópjereegde". Van oma herinner ik me eigenlijk nauwelijks nog iets. Ik was bijna 5 toen zij stierf. Ik bedenk me dat Fiona niet veel ouder was toen mam stierf en dat zij zich haar dus waarschijnlijk ook nauwelijks zal kunnen herinneren. En datzelfde heeft Yvonne met pap. Heel erg jammer. Ik had ze allemaal veel meer tijd samen gegund.