PAPA

Pap was voor mij een echte kameraad. Als hij ook maar even de tijd had was hij met Yvonne en mij bezig. Evenals mam probeerde hij ondanks dat we het niet zo breed hadden zo veel mogelijk al onze wensen waar te maken. Hij reed in die tijd een Solex, een soort fiets met hulpmotor op het voorwiel. Eerst moest je de motor starten en daarna moest je hem op het voorwiel laten zakken om te kunnen rijden. Soms gingen we zomaar wat toeren, pap en ik. Ik klemde mij dan van achter stevig aan hem vast terwijl hij in het Mücherveld wat rondjes reed. Ik herinner me nog het karakteristieke geluid als we langs een geparkeerde auto reden. Mijn grootste cadeau was een knalrode trapauto, zo eentje die je door middel van pedalen zelf moest voortbewegen. Die had de schat helemaal zelf gemaakt. Compleet met koplampen. Daar heb ik menig jaartje in rondgereden. Toen Yvonne en ik er uit gegroeid waren moest die auto helaas weg. Hij is toen weggegeven aan iemand van een straat verderop. Ik mocht mee om hem af te geven. Met veel pijn in het hart heb ik toen afscheid moeten nemen.

Of pap kwam thuis van het werk en bracht een aantal raceautootjes voor me mee. Ook zelf gemaakt op de sociale werkplaats van de mijn. Mijn vader was echt handig. Zo heeft hij voor Yvonne zelf een poppenwiegje en poppenhuis in elkaar gezet en ook de lamp in de gang was door hem zelf gemaakt. Ook hadden wij thuis kaarsenstandaards die hij zelf gemaakt had. Ik was echt trots op hem.

Pap was ook op ander gebied creatief. Hij was ruim 25 jaar lid van Kerkelijk Zangkoor St. Caecilia, waar hij in vroegere jaren de grote animator was van de jaarlijkse feestavond. Samen met zijn boezemvriend Wiellie Giese heeft hij verscheidene liedjes gecomponeerd. Zo werd hun "Kirchroa Alaaf" in 1947 uitgeroepen tot carnavalssjlaajer van Kerkrade. Onder de naam "Sjeveemeter Jonge" brachten zij tijdens het St. Caeciliafeest van 26 april 1949 hun "Ozze kirchekoeer va Tsint Lambeët" ten gehore. Dit lied werd een echte koorkraker en wordt ook tegenwoordig nog tijdens verschillende gelegenheden gezongen. Hun "Sjoenkel-sjlaajer" werd kort vóór het overlijden van Wiellie door Jo Bischoff vertolkt op de Sjlaajerparade 1990 in Kerkrade, echter zonder het gewenste resultaat. Wiellie heeft me nog gevraagd de uitvoering tegen te houden. Het liedje was namelijk geschreven door hem en papa, Jo had dit simpelweg gestolen. Helaas heb ik niets voor hem kunnen betekenen. Wiellie is korte tijd later, in 1990, gestorven aan geelzucht. Jo Bischoff was eigenaar van de gelijknamige ijzerwarenhandel aan de Markt in Kerkrade. Mijn papa, nónk Tien, ome Wiellie, Jo en diens broer Claus waren vanaf hun prilste jeugd boezemvrienden door dik en dun. Na de mijnsluitingen is nónk Tien als medewerker aangenomen bij Bischoff in de werkplaats. Claus Bischoff had gekozen voor een leven als geestelijke. Hij heeft destijds pap en mam in de echt verbonden. Claus is behalve geestelijke ook een autoriteit op het gebied van Kerkraadse geschiedschrijving, althans volgens eigen zeggen. Ik ben met hem in contact gekomen toen ik met Ruud Habets bezig was met de Stichting Kerkrade Gisteren en Vandaag, een stichting die zich bezig houdt met het samenstellen van een Kerkraadse encyclopedie. Ik heb Claus toen leren kennen als een erg stug en principieel mens, heel anders dan zijn broer Jo. Onze samenwerking was hierdoor eigenlijk al weer beëindigd voordat ze begonnen was. Wat mij tijdens het contact met Claus is opgevallen is dat hij ont-zet-tend homoseksueel is of in ieder geval geen enkele moeite lijkt te doen een andere indruk te maken. Het is nog net geen signaalnicht, maar hij beantwoordt wel aan het stereotype beeld dat ik heb van de gemiddelde geestelijke! Wat mij aan hem met name gestoord heeft was de denigrerende manier waarop hij over met name mam sprak. "Vrui-jer heesjet dienge pap jeweun 'Cóndes'. Wie heë toen dieng mam lieëret kenne woar 't ópins enne 'Coenraad'. Die van der Borghans mene wirkliech ze häuje ee ai mieë i-jen vót!". Het ontzag waarmee ik tegen deze man vooral ook vanwege zijn rol als geestelijke opgekeken had was in één klap helemaal verdwenen!

Behalve dat het pap steevast lukte om menigeen op de kast te krijgen door zijn sprekende imitatie van Adolf Hitler kwam hij ook regelmatig in de schijnwerpers door het schrijven van dialectgedichten voor familie, vrienden en bekenden of zomaar een gelegenheid. Verschillende van zijn pennenvruchten zijn verschenen in de lokale pers. Zijn laatste gedicht schreef hij in juli 1968, ter gelegenheid van het afscheid van Groene Kruiszuster Johanna. Dat hij een maand later zou komen te overlijden geeft de titel "Absjied va Kirchroa" een morbide karakter.