Het overlijden van pap heeft diepe indruk op mij gemaakt en een flink litteken achtergelaten. En dat, terwijl ik dat op dat moment helemaal niet als zodanig meen te hebben ervaren. Ik was destijds pas acht jaar, hij 42. Die 42 zou voor mij altijd een magisch getal blijven. Pas jaren later vertelde Yvonne mij dat voor haar ook altijd zo is geweest. Ondanks mijn angst voor de dood was er ook een zekere fascinatie. Als het allemaal waar is wat ze zeggen was ik reuze benieuwd naar hoe het zou zijn "aan de andere kant". Het leek me hartstikke leuk om al mijn voorouders te ontmoeten en het idee om weer samen te zijn met mijn ouders maakte mij erg blij.
De magische leeftijd ben ik op het moment dat ik dit schrijf al heel lang gepasseerd. Ik denk vaak na over de zin en onzin van het leven, het onderliggende doel, de reden van ons bestaan. En als ik dan zie wie we allemaal al moeten missen en op welke leeftijd ze ons ontnomen zijn dan ontgaat me iedere logica. Op de een of andere manier heb ik het ook nooit eerlijk gevonden dat ik mijn vader met zoveel jaren heb overleeft.
Jaren later heb ik een heel andere kijk gekregen op doodgaan. Dat werd hoofdzakelijk veroorzaakt door een andere kijk op godsdienstige zaken, die wederom het gevolg was van een jarenlange zoektocht naar De Waarheid. Toegegeven: De Waarheid heb ik nog steeds niet gevonden en zal ik zeker ook niet vinden in deze wereld. Wel meen ik een vorm gevonden te hebben die bij mij past. De Indiase tradities die gestoeld zijn op Bhagavad Gîta en de Veda's spreken mij erg aan. De vorm die de volgelingen van ISKCON, in de volksmond de Hare Krishna's, hieraan geven vond ik lange tijd uitermate inspirerend. Toch was ook dit station niet het einde van mijn zoektocht. Op het moment dat ik dit schrijf ben ik druk met het onderzoeken van de gnostische leer.
Godsdienst heeft voor zover ik mij dat kan herinneren altijd al een belangrijke rol gespeeld in mijn jeugd. Dit werd met name gestimuleerd door Bonma, mijn oma aan moeders kant. Zij gaf mij lesboekjes die waarschijnlijk van haar kinderen of misschien zelfs van haar zelf waren geweest en waarin het Nieuwe Testament op een begrijpelijke en leuke manier verteld werd. Die boekjes heb ik verslónden! Ik vond de verhalen over Jezus en de wonderen die hij verrichtte helemaal prachtig. Tijdens mijn vroege puberteit begon ik echter vragen te stellen over de inhoud van de bijbel en vooral ook over de rol die God daarin wordt toebedeeld. Het was voor mij bijvoorbeeld absoluut niet met elkaar in overeenstemming dat God gepresenteerd wordt als allesomvattende liefde, een vader die vergevingsgezind is, terwijl aan de andere kant gedreigd wordt met hel en verdoemenis. Volgens mij was het barbaars om kinderen te scheppen waarvan je wéét dat ze zondig zijn en ze vervolgens slechts één mensenleven de kans te geven zich te bewijzen als welhaast heiligen om ze vervolgens tot in alle eeuwigheid over te leveren aan hel en vagevuur. Zelfs voor een aardse vader met al zijn beperkingen is het niet meer dan natuurlijk om je kinderen te vergeven en ze telkens een nieuwe kans te bieden. Daarnaast had ik moeite met de rol die kerk en kerkvaders door de eeuwen heen gespeeld hebben bij het winnen van nieuwe zieltjes. Voor de "ongelovigen" was het vaak letterlijk buigen of barsten. Van een benadering van deze mensen volgens de leer van Jezus was vaak geen enkele sprake. Daarbij kwamen later nog de verhalen over de rol die de geestelijkheid zou hebben gespeeld en deels nog steeds zou spelen in misbruikzaken. Op enkele uitzonderingen na ben ik de kerkleiders met andere ogen gaan zien. Het waren op enig moment niet langer de mannen waar je met ontzag tegenop keek, maar eerder een huichelachtige bende. Ik besef dat ik niet zou mogen oordelen, maar mijn geloof en vertrouwen in het rooms katholicisme had een ernstige deuk opgelopen.
Het moet gezegd worden dat ik de bijbel altijd een prachtig en inspirerend boek heb gevonden en dat is nog steeds zo. Ook hou ik van Jezus en zijn leer. Maar al zoekende en groeiende kwam ik erachter dat de bijbel slechts onderdeel is van een groter geheel. Zo wordt ze voorafgegaan door de Thora van de Joden en vervolgt door de Koran van de Islamieten. Ook deze boeken bevatten veel van De Waarheid. Maar pas op het moment dat ik mij ging verdiepen in het Hindoeïsme begon ik echte diepgang te vinden. De Bhagavad Gîta is voor mij persoonlijk het belangrijkste religieuze geschrift, waarin op heldere wijze wordt uitgelegd wat onze relatie is tot de Schepper, wat onze taak in dit leven is en hoe de schepping in elkaar steekt. Het grappigste vond ik dat door het lezen van de Gîta ook de inhoud van de bijbel veel beter ben gaan begrijpen. De belangrijkste boodschap van de Gîta is dezelfde als in alle eerder genoemde boeken: heb je naaste naaste lief zoals jezelf en probeer door onthechting aan het aardse tot God te komen.
Er wordt geleerd dat álle levende wezens dezelfde goddelijke oorsprong hebben en zo gezien zijn zij allen onze naasten. Vandaar ook, dat de leer vegetarisme propagandeert. Alle levende zielen maken een groeiproces door, met als einddoel terugkeer naar God. Tot dat doel bereikt is zullen de levende zielen telkens moeten verhuizen van het ene in het andere lichaam. En dat gegeven veranderde mijn kijk op het leven, maar vooral ook op de dood. Hoewel ik eerder al het vermoeden had dat er zoiets als reïncarnatie moest bestaan had ik hierin een bevestiging gevonden. Bovendien: door middel van karma is iedereen in staat zijn toekomst tot zelfs na de "dood" te bepalen. En hierin schuilt de goddelijke gerechtigheid: iedereen krijgt precies wat hij of zij verdient. Of beter gezegd: wat hij of zij op dat moment nog nodig heeft om te groeien. Want karma is geen straf, maar een kans. Niet meer en niet minder. Iedereen zal oogsten wat hij heeft gezaaid. In ieder geval ben ik absoluut niet bang meer om "dood" te gaan. Het is alleen maar een kwestie van een ander jasje aantrekken.
Zoals elders aangegeven is gaandeweg mijn interesse in uiterlijkheden verdwenen en dit werd versterkt door mijn spirituele zoektocht. Het innerlijke leven werd steeds belangrijker en is uiteindelijk een prominente plaats gaan innemen. Ook het besef en het hierbij telkens opnieuw weer stilstaan dat ieder levend wezen dezelfde goddelijke vonk met zich meedraagt heeft mij geleerd in ieder geval te proberen alles en iedereen met dezelfde ogen te zien. En als alle levende wezens van nature gelijk zijn, waarom zou ik dan minder waard zijn dan wie of wat dan ook?!
Volgens de leer uit de Gîta is het leven een droom, een schijnwerkelijkheid waarin de illusionaire macht van God ten volle tot uitdrukking komt. Zo gezien is het dus mogelijk je eigen werkelijkheid te scheppen. Iedereen krijgt weliswaar te maken met voorspoed en tegenslag, maar door je manier van omgang hiermee is het zeker mogelijk het vervolg te bepalen. Neem alles positief op, probeer aan tegenslagen een positieve draai te geven en bedenk dat aan iedere situatie een eind komt. Het is jouw leven, jouw eigen persoonlijke droom. Geniet ervan en geef niets en niemand de macht jouw droom te dromen.